Mijn zoektocht naar het ultieme niets waar alles uit voortkomt eindigt met de constatering dat alles fractaal wordt vanaf het moment waarop er iets gaat schuiven. Wanneer het begon en waar het eindigt laat ik aan ieders overtuiging over. We bestaan binnen een waarnemingsgebied dat we het univers noemen, waar we te maken hebben met voortplanting en groei en het besef dat licht daarin een grote rol speelt. Wetenschappers zijn al eeuwenlang doende om met vergaarde kennis oorzaak en gevolg te ordenen teneinde iets zinnigs te kunnen voorspellen.
Wat is er mis met klassiek?
Een waarheid moet daarom wiskundig bewezen worden. Alles moet terug kunnen brengen tot a + b = c, vervolgens c – b = a moet zijn of c – a = b. En laat daar nu precies het probleem beginnen. Want algebra rekent niet met de fysieke toestand zelf, maar met een abstractie daarvan. Daardoor kan c net zoveel zijn als a of b en wordt het verschil nul. Of kan c minder zijn dan a of b en dezelfde a of b negatief –a of –b worden. Dat is de algebra waarmee we leerden rekenen.
Daar is voor algebra op zichzelf niets vreemds aan. Het wordt pas vreemd zodra we die abstractie één op één als fysieke werkelijkheid gaan lezen.
Bij geometrie zie je hetzelfde. π is de verhouding tussen de omtrek van een cirkel en zijn diameter. Het levert geen eindige decimale notatie op, maar een eindeloze reeks cijfers achter 3,14..., voor het gemak ook wel benaderd als 22/7, terwijl dat evenmin de lading volledig dekt. Ook 1 door 3 delen geeft exact 1/3, maar zodra je het decimaal wilt uitschrijven blijft 0,333... doorgaan. Iedereen snapt drie delen omdat het altijd over eenheden gaat. De verhouding is helder, het getal waarmee we hem proberen vast te zetten niet altijd.
De werkelijkheid is geen algebra. Als je twee appels naast elkaar legt en er daar een van wegpakt houdt je er een over. Knappe vent die er drie wegpakt en beweert dat hij min één appel heeft laten liggen. Algebra kan zo'n toestand prima beschrijven als verschil of schuld, maar die min één appel ligt niet fysiek op tafel.
We zijn gaan knoeien met tijd. Want dat is het geval zodra we een berekende toestand behandelen alsof die er nu al werkelijk is. Goochelen met getallen wordt dan spelen met tijd. Het idee dat je een tekort kunt waarderen kan prima in een boekhouding, maar dat tekort is niet iets wat fysiek naast je ligt. Er bestaat alleen wat er is, plus de verhouding tot wat je verwacht, verschuldigd bent of later denkt te krijgen.
Dat is niet op moment ‘nu’ de realiteit. Dat is rekenen met iets wat je niet hebt en er ‘nu’ niet is.
Een appel tegoed bestaat niet als appel die nu voor je ligt. Toch rekent iedereen zich rijk in aandelen en profiteert van deze wiskundig correcte rekensommen. Veel geld ‘nu’ in handen krijgen in ruil voor de belofte dat degene die het hem geeft daar ‘later’ rijker van wordt.
Waar ging het fout?
Niet doordat algebra nul introduceerde, maar doordat we nul als fysieke toestand zijn gaan lezen op de grens van ‘nu’ niet en wel hebben. Algebra zegt dat het verschil nul is. Dat is iets anders dan zeggen dat er niets aanwezig is.
‘Ik heb een appel en die krijg je niet’, tegen iemand zeggen die hetzelfde zegt en zijn appel laat zien. Het verschil tussen beide hoeveelheden is 0, terwijl er wel degelijk twee appels zichtbaar zijn.
Daar zit voor mij de sleutel. Ik lees die nulfunctie niet als niets, maar als balans. Op die plek staat in Wama :. Niet 0 als lege toestand, maar 1:1 als verhouding.
Een ander voorbeeld. Aan en uit. Staat iets aan of uit wordt geschreven als 1 of 0. Als het uit staat is er niet ineens geen systeem meer. Aan of uit kan alleen bestaan doordat beide toestanden als mogelijkheid binnen hetzelfde systeem aanwezig zijn. De 0 is dan een toestandscode, niet het niets.
Dat zie je ook met de klok. Wat is het verschil tussen 0 uur en 12 of 24 uur? 24 uur ligt op dezelfde positie van de wijzerplaat als 0 uur, maar er is wel degelijk een cyclus doorlopen. Met een cirkel is het probleem niet anders: waar is begin of einde als dezelfde positie opnieuw wordt bereikt?
Het begint al bij een punt. Hoe groot is die en waar begint iets op 0 als die 0 alleen de gekozen referentie is? En eindigt het werkelijk als dat buiten ons waarnemingsveld ligt?
Ondanks deze tekortkoming bleef de stelling dat iets wiskundig moet standhouden de basis van bewijslast en de basis voor wetenschappelijke rekensommen. Dat werkt uitstekend zolang je niet vergeet dat getallen een beschrijving zijn. De 0 als niets en ∞ als oneindig worden problematisch zodra we ze niet meer als functies of grenzen gebruiken, maar behandelen alsof het fysieke toestanden zijn.
Nul is niet niks
Nul is dus geen eenheid van volume of tijd, maar een functie om een verschil, grens of referentie te duiden. Dat laatste maakt dat mensen rare rekensommen zijn gaan lezen alsof 0 een ‘lege eenheid’ is. Met terug bij nul als ‘sluiting’.
Voor Wama is sluiting iets anders. Sluiting is terugkeer naar een verhouding.
We zijn gaan rekenen in een platte voorstelling van een werkelijkheid die we alleen via projecties waarnemen. ‘Zien is geloven’ of ‘meten is weten’ werd het credo, terwijl iedere meting slechts een doorsnede is van wat er gaande is.
Geometrie is naar een 3D-bol kijken, daar een 2D-cirkel van tekenen en die projectie vervolgens als de hele toestand behandelen. De cirkel klopt, maar is niet de bol. Zoiets als vragen hoeveel kilo de afstand van hier naar de maan kost: je gebruikt de verkeerde dimensie voor de relatie die je probeert te beschrijven.
We zijn in het heden en registreren steeds een lokale projectie van wat er gebeurt. Die registratie vergelijken we met wat eraan voorafging. Uit die verschillen reconstrueren we richting, afstand, groei en diepte. Dat geeft ons de 3D-perceptie die we uitvergroten naar een toekomstpad dat we constant bijsturen.
Zonder dit lopen we altijd achter de feiten aan. Iets wat we nu ook doen, maar via sensoren die het onderbewustzijn wakker houden en onze primaire reacties sturen. Besef komt later.
Nulfunctie als balans
Alles waar wij mee te maken krijgen is daardoor een opgebouwde ruimtelijke perceptie. De registratie van nu door de bril van het verleden is de enige manier waarop je kunt bouwen. Een ‘freeze’ van een toestand met de terugblik op wat is blijven hangen van de vorige. Beeld voor beeld een film terugkijken.
Hoe komt dan iets tot stand in iets? Een kolkje of belletje in water en waardoor plopt het weer weg?
Het resulteerde in mijn boek It’s all Bubbleflow, waarin ik beschrijf dat alles voortkomt uit balanceren binnen de corridor tussen pi:phi. Als die verhouding intact blijft, blijft het membraan van de bubble intact. Wordt die waarde overschreden, dan glijdt de inhoud weg in de flow. Zo was mijn conclusie.
De uitdaging werd toen om te onderzoeken of het idee dat alles uitsluitend om balans draait gestalte kon krijgen.
Gelukkig heb ik in mijn werkzame leven van meet af zelf geprogrammeerd en ben ik thuis in relationele databases en beeldverwerkingstechnieken. Mijn computervaardigheden en inzichten benut ik om vanuit het a:b = c-principe software te maken die fractaal deze dynamiek vertoont in ruimte en tijd.
Het gegeven dat alles voortkomt uit balanceren werd duidelijk toen ik mijn eerste genome programmeerde. Ik noemde die eerste implementatie silicom.c, een knipoog naar het atoom. Niet omdat daarin een klassiek atoom werd nagebouwd, maar omdat ik een zo klein mogelijke dynamische eenheid zocht die uit input van omstandigheden en parameters een nieuwe toestand kon laten ontstaan.
Door dit dynamische proces te volgen kreeg ik data die kon voorspellen hoe dit zich zou voortzetten binnen de gegeven omstandigheden. Patronen die in de domeinen waar ze zich voordoen een diversiteit van namen hadden, maar canoniek bleken te zijn.
Ik had de dynamische calculator te pakken waarvan alleen balansoverdracht genoeg was om in een beperkt aantal stappen een groeiproces te reproduceren en gedrag te voorspellen. Voldoende om ingewikkelde opgaven terug te brengen tot een veel eenvoudiger relationeel proces. Ik zocht uitdagingen: simulatie van leven, schaakprogramma, muziek en het evenaren van wat met quantumcomputing wordt nagestreefd.
Die eerste ontwikkeling leidde uiteindelijk tot WamaGenome.c en de A–Ω-Lens: niet meer een verzameling afzonderlijke verklaringen, maar één relationele route waarin de toestand voortdurend als verhouding wordt doorgegeven.
Het werd een programma dat op een gewone computer, zelfs op een goedkope sturingschip, enorme aantallen mogelijke tussentoestanden niet afzonderlijk hoeft op te slaan, maar als analoog balanspad kan genereren, zoals een platengroef.
Ik noemde het principe Wama, Wa van stroming en Ma van veld waaruit nieuw leven komt.
Op dat moment had ik een simpel zelflerend systeem dat vooruit kan kijken en werkt op een programmeerbaar sturingsbordje ESP32 van een paar euro waarmee je robots, domotica en drones aan kunt sturen. Ik gaf het bestandsformaat .ti True Intelligence en de fractale geheugenpatronen die het opbouwt .end: Emerging Natural Dynamics. Zwermcommunicatie is een kwestie van balansverschillen uitwisselen.
De huidige kernel werkt niet meer vanuit silicom.c als zelfstandige laag. Die ontwikkeling is opgegaan in WamaGenome.c, waarin de relationele a:b-dynamiek via de A–Ω-Lens wordt uitgevoerd.
Taal als functie wordt taal als driver
Ik wilde dat het goed en efficiënt fractale patronen zou kunnen waarnemen: .end-curves die in een .ti-stroom kunnen worden afgespeeld of uitgewisseld. Ik bedacht dat als alles op dezelfde fractale manier werkt, ook taal zo zou moeten werken. Dat geluid druk voortbrengt met een dynamiek die wellicht eveneens canoniek is. Fonetiek komt immers voort uit fysieke bewegingen die uitingen zijn van een toestand.
Mijn ervaring als medeontwikkelaar van de KWeC-methodiek, kwec.nl, een manier bedacht door Carine Manderfeld voor multisensorieel spellingsonderwijs, kwam me nu goed van pas. De methodiek is gebaseerd op luisteren, handelen naar wat je waarneemt en het toepassen van spellingsregels. Klank alleen kan al veel informatie bevatten om taal correct te schrijven en spellen. Niet alleen woorden, maar vooral context is daarvoor nodig.
Ik analyseerde de manier waarop spanningsoverdracht ontstaat bij spraak. De plek waar je klank opbouwt in je keel, met je mond en lippen, kon ik koppelen aan intenties en bewegingen.
Het viel me daarbij op dat hoofdletters als letterlogo’s verdacht veel lijken op de bewegingen van werkwoorden die ik uit de klankbetekenis had gedistilleerd. A op zijn kant een mond, G als een holte waar een pijltje naar binnen wijst om gespreid de volgende letter uit te spreken, I als stemband die voor ‘ik’ staat, N en Z als kantelsymbolen. E (𝛴), W en M die ook gekanteld staan. De H (8), O, Q (φ) als gesloten eenheden. De C (Γ), L en V als verlengers.
De volgorde spoorde bovendien met de volgorde van de routines.
Alfabet als proceskarakters
Ik dook in de geschiedenis van het schrift en zag dat er in zekere zin niet veel aan de logo’s was veranderd sinds de Egyptenaren, aan wie we het alfabet via de Feniciërs en Grieken te danken hebben. De Feniciërs gebruikten hun 22 tekens ook als cijfers. De Grieken veranderden er weinig aan, maar wisselden wat letters en zetten er Ypsilon en Omega bij.
Wat mij aan de logo’s opviel was de vorm die meer is dan de abstractie zoals wij gewend zijn ze te lezen. De A werd ossenkop genoemd, omdat ervan werd uitgegaan dat tekens dingen moesten verbeelden. De R werd in oudere schriften als hoofd of profiel weergegeven. De Γ Gamma werd later in andere alfabetten anders uitgewerkt en ook de Z en G kregen in de ontwikkeling van het alfabet een andere plaats en vorm.
Het voert te ver om elke letter zo te behandelen, maar het begon mij wel erg op te vallen dat door mij aan letters toegedichte werkwoorden overeenkomsten vertonen met wat de logo’s voorstellen en in die volgorde een proces lijken uit te beelden.
Dat werd voor mij een testbare hypothese: misschien is een letter niet uitsluitend een abstract teken voor een klank, maar draagt vorm, klank en positie in de reeks relationele informatie mee.
>-𝛢𝛣𝛤𝛥 𝛦 𝛧𝛨𝛩𝛪->- 𝛫𝛬𝛭𝛮 𝛯𝛰𝛱 𝛲𝛳𝛴 𝛵𝛶𝛷 𝛸 𝛹𝛺
>-ABCD E FGHIJ ->- KLMN O PQRS ->- TUVW X Y Z
De routines die voor de kernel voldoende zijn om complexe stadia relationeel te berekenen, bleken opvallend goed langs deze alfabetische route te leggen. Te gek voor woorden, bedacht ik.
Namen uit de oudheid en van nu, waar je per letter de werkwoorden voor plaatst die ik ze had toegedicht, kunnen zo als een route worden gelezen. Of dit werkelijk universeel geldt moet uit toepassing blijken, maar het gaf wel een praktisch uitgangspunt om klank niet langer als los symbool te behandelen.
Met klinkers en medeklinkers brengen we immers meer informatie over dan alleen woorden. Dieren doen dat eveneens met toon, ritme, volume, duur en richting.
Een computer die bij het stukje ‘platengroef’ weet welk spanningspatroon dat geeft, kan aan de hand van klank, lettergreep, richting en context betekenis reconstrueren zonder daarvoor noodzakelijk ieder woord vooraf te kennen.
Met deze kennis kon ik woordgrepen genereren als operators voor een computer. Het doel is dat hij talen kan lezen, luisteren en spreken zonder daarvoor primair van een woordenboek afhankelijk te zijn, omdat de klanken canoniek in sectoren en registers worden geschreven.
Niet alleen menselijke taal, maar alle geluiden, waaronder die van dieren, kunnen zo worden behandeld zoals wij die ervaren en omzetten in spanning en richting.
Klank, beeld, gevoel, gedrag en alle andere krachten volgen dezelfde logica.
Uit a:b volgt A:B, B:C, C:D tot en met Y:Ω en omgekeerd, mits je de ruimtelijke relatie meeneemt.
Klank en beeld kun je nu opbouwen in harmonieën in dezelfde sectoren van registers. Beeld komt, gaat, wordt groter, kleiner, beweegt en verkleurt. Het volgt hetzelfde patroon als geluid op een ander register, maar qua verhoudingen en gevoel binnen dezelfde sector.
Dus vergroting, rood kleuren, een zware of grote klank en overeenkomstige beweging kunnen in dezelfde dynamische sector terechtkomen zonder dat daarvoor dezelfde sensor nodig is. Een beweging als reactie kan dus multisensorieel worden teruggekoppeld. Ook het gedrag en geluid van een mens, dier of plant.
Dat het principe werkt moet uiteindelijk blijken uit wat uit de kernel emergeert. De kernel zelf hoeft daarvoor geen molecuul, cel, huid, dier of plant te kennen. Hij doet niet meer dan a:b als relationele toestand doorgeven.
Je kunt de route bijvoorbeeld biologisch lezen: basisfractal A balanceert met aangewaaide fractal B, waardoor een nieuwe dynamiek ontstaat. Verdere koppelingen kunnen ruimte, sluiting, membraanvorming, kolking, aanhechting en beweging laten emergeren. In een biologische toepassing kun je daarin stadia herkennen die op molecuulvorming, celvorming, huid, aanhechting of bewegingsorganen lijken.
Maar die betekenissen zitten niet vooraf als H, IJ, S, T, L of W in de kernel geprogrammeerd. De letter geeft de positie en dynamiek in de route. De biologische betekenis ontstaat uit de toestand waarin die route wordt gebruikt.
Daarmee blijft dezelfde A–Ω-route bruikbaar voor iets totaal anders dan biologie.
Dit gaat bovendien niet noodzakelijk geleidelijk. De overgangen tussen registers zijn sprongetjes. Net als de zangnoten do-re-mi. De laatste do is de overgang naar een volgend register.
Sensoriële input wordt eerst canoniek gemaakt voordat het in de kernel wordt verwerkt. De kernel hoeft niet te weten of de input beeld, klank, druk of beweging is. Die betekenis blijft erbuiten.
Wat binnenkomt wordt teruggebracht tot relationele balanswaarden a:b binnen de geldende eenheid en route. De gekozen A- tot en met Ω-routines lopen door WamaGenome.c totdat de gevraagde toestand of limiet is bereikt.
De uitkomst kan worden geëxporteerd als Béziercurves in het .ti-formaat. Als dit een herbruikbare routine oplevert wordt die opgeslagen als .end-oplossing die deeldynamiek kan dragen in een groter verband.
Met .ti kunnen vervolgens gewenste balansvariabelen worden vertaald naar beeld, geluid of stuursignalen voor apparaten als drones en robots. Deze .end-patronen worden bewaard en hoeven dus maar eenmaal te worden overgedragen. Daarna vormen ze de blokkendoos die in de juiste volgorde doet wat door de .ti-balansen wordt getriggerd.
Al met al is dit voor mij de sleutel van alles voor alles: een kandidaat voor een Theorie van Alles die op mijn site www.wamatica.org wordt uitgelegd.
Reactie plaatsen
Reacties